ECLI:NL:CRVB:2015:1490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving medewerkingsverplichtingen
Appellant ontving bijstand sinds 2003 en werd verdacht van verzwegen werkzaamheden. Het college startte een onderzoek en nodigde appellant uit voor gesprekken en het overleggen van bankgegevens. Appellant verscheen niet op de afspraken en leverde de gevraagde gegevens niet aan.
Het college schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in met toepassing van artikel 54, vierde lid, WWB. Tevens werd de bijstand teruggevorderd over de periode van opschorting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij in het buitenland verbleef vanwege een ongeval van een vriend en dat hij medisch niet in staat was terug te reizen. De Raad oordeelde dat appellant zonder tijdige melding in het buitenland verbleef en dat dit voor zijn risico kwam. De medische stukken boden onvoldoende bewijs en appellant had het college binnen de hersteltermijn moeten informeren.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en dat er geen grond was om dit besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet-naleving van medewerkingsverplichtingen.