Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Het voorgaande leidt tot de conclusie dat appellant verweten kan worden dat hij niet heeft gereageerd op de door het college verzonden oproepen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds december 2009 bijstand. Naar aanleiding van een melding dat appellant mogelijk werkte zonder dit te melden, heeft het college onderzoek verricht en meerdere oproepen gedaan voor een gesprek en het verstrekken van bankafschriften. Appellant verscheen niet op deze oproepen en verstrekte de gevraagde gegevens niet.
Het college heeft daarop de bijstand ingetrokken met ingang van 20 december 2012. Appellant stelde dat hij in die periode in Turkije verbleef met toestemming van de rechter-commissaris en de gemeente, en overlegde een e-mail waarin werd vermeld dat toestemming was gevraagd voor zijn verblijf.
De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het college daadwerkelijk op de hoogte was van zijn verblijf. Het e-mailbericht toont niet aan dat appellant zelf toestemming heeft gevraagd aan het college. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken wegens het niet verlenen van medewerking. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 20 december 2012 wordt bevestigd wegens het niet verlenen van medewerking door appellant.