ECLI:NL:CRVB:2015:1496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand op grond van de WWB. In maart 2011 trof de politie in zijn woning een hennepkwekerij aan met 298 planten. Appellant verklaarde eigenaar te zijn en dat de planten 13 dagen oud waren. De sociale recherche startte een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand.
Op basis van dit onderzoek trok het dagelijks bestuur de bijstand en bijzondere bijstand over de periode 1 januari 2011 tot en met 2 maart 2011 in en vorderde het bedrag van €1.959,09 netto terug. Tevens werd de bijstand vanaf 1 december 2011 voor één maand met 40% verlaagd wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant de werkzaamheden met de hennepplantage niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en stelde vast dat het dagelijks bestuur terecht uitging van een aanvangsdatum van 1 januari 2011 voor de kwekerij, gebaseerd op verklaringen van appellant. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kwekerij later was gestart, maar herhaalde daarmee zijn eerdere standpunten zonder nieuwe bewijsstukken. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 12 mei 2015 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.