ECLI:NL:CRVB:2015:1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en passendheid functies bij WIA-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als pedagogisch medewerker, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van circa 44%. Het UWV herbeoordeelde de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde beperkingen vast via een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellant voerde aan dat hij zowel psychisch als fysiek minder belastbaar was dan vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten en onderzoeken.
De rechtbank verwierp het beroep van appellant, stellende dat de verzekeringsartsen de beperkingen deugdelijk hadden vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had benoemd en dat de functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rapporten van het UWV deugdelijk en overtuigend zijn en dat appellant geen onderbouwd medisch oordeel heeft geleverd dat de juistheid van deze rapporten in twijfel trekt. De Raad acht zich voldoende voorgelicht over de gezondheidstoestand en arbeidsbeperkingen van appellant en bevestigt dat de geselecteerde functies medisch passend zijn.
Het hoger beroep wordt verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de rechtbankuitspraak bevestigd; appellant blijft voor circa 44% arbeidsongeschikt met passend werk.