ECLI:NL:CRVB:2015:1562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1977 werkzaam als productiemedewerkster, viel in 1998 uit en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na ziekmelding in 2011 beëindigde het UWV in 2012 haar Ziektewetuitkering omdat zij weer geschikt werd geacht haar arbeid te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij zij de medische beoordelingen van verzekeringsartsen en orthopedisch chirurg Van Arkel als voldoende en zorgvuldig achtte.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar schouderklachten en carpaal tunnelsyndroom onvoldoende waren erkend en dat de geselecteerde functies haar fysieke mogelijkheden te boven gingen. Zij bracht medische stukken in, waaronder een brief van orthopedisch chirurg Van Eijk waarin ontstekingen werden vastgesteld die pijn en bewegingsbeperkingen veroorzaakten.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan het eigen onderzoek van de verzekeringsartsen en de expertise van Van Arkel. De aanvullende medische gegevens leidden niet tot een ander oordeel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de klachten meegewogen en geconcludeerd dat appellante lichte fysieke functies kon vervullen, waarbij boven schouderhoogte werken beperkt was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt werd geacht voor gangbare arbeid.