ECLI:NL:CRVB:2015:1565
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag periodieke uitkering en uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van de Wuv
Appellant, geboren in 1938, is gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hij heeft psychische klachten gerelateerd aan de vervolging en het overlijden van zijn vader. Aan hem zijn reeds voorzieningen toegekend, maar de gevraagde periodieke uitkering en uitbreiding van huishoudelijke hulp werden door verweerder afgewezen.
De afwijzing is gebaseerd op medisch advies van geneeskundig adviseurs en een psychiater, die concluderen dat appellant geen verminderd functioneren vertoont ten opzichte van leeftijdsgenoten volgens de beleidscriteria. Een aanvullend medisch onderzoek door adviseur Kho bevestigt slechts geringe tot matige beperkingen, onvoldoende voor toekenning van een periodieke uitkering.
Ook de uitbreiding van huishoudelijke hulp naar meer dan één dagdeel per week wordt niet toegekend, omdat appellant nog in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. Er zijn geen medische gegevens die het standpunt van verweerder ondermijnen.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de periodieke uitkering en uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.