ECLI:NL:CRVB:2015:1567
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek toekenning uitkering burger-oorlogsslachtoffers wegens gebrek aan bevestiging internering
Appellant, geboren in 1937 in Nederlands-Indië, diende in 2005 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), welke werd afgewezen wegens het ontbreken van bevestiging van internering in Salatiga tijdens de Japanse bezetting of de Bersiap-periode. In 2013 verzocht appellant opnieuw om toekenning, ondersteund door een verklaring van een derde, maar ook deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep toetste het bestreden besluit met terughoudendheid, gezien de discretionaire bevoegdheid van verweerder om besluiten te herzien. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding geven tot herziening. De verklaring van de derde betrof een beschrijving van het kamp die niet overeenkwam met de historische gegevens en bevestigde niet dat appellant geïnterneerd was.
Daarmee kon het besluit van verweerder om niet tot herziening over te gaan standhouden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bevestiging van internering, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.