ECLI:NL:CRVB:2015:1568
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant, geboren in 1937 in Nederlands-Indië, diende in juli 2012 een aanvraag in voor toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag in mei 2013 af vanwege het ontbreken van bevestiging van de door appellant gestelde oorlogservaringen, met name internering in een kamp te Salatiga.
Appellant voerde bezwaar aan, ondersteund door een getuigenverklaring die stelde dat appellant samen met de getuige in het kamp verbleef. De Raad volgde echter de verweerder en oordeelde dat enkel het vermelden van internering in een verklaring onvoldoende is om te concluderen dat sprake was van een oorlogscalamiteit binnen de betekenis van de AOR. Er moeten concrete aanknopingspunten zijn voor een aan de oorlog toe te schrijven gevangenhouding, welke hier ontbraken.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin een soortgelijke verklaring niet leidde tot bevestiging van internering. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van internering tijdens oorlogscalamiteit.