ECLI:NL:CRVB:2015:1578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling in WAO-context
Appellant, sinds 1993 arbeidsongeschikt verklaard vanwege rugklachten, ontving een WAO-uitkering en later een ZW-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn ZW-uitkering per 31 maart 2012 op grond van een medische beoordeling die stelde dat appellant geschikt was voor de functie van inpakker.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en appellant geen overtuigend medisch bewijs leverde dat zijn beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld. De Raad toetste dit oordeel in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een voldoende zorgvuldige medische beoordeling had uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende had gemotiveerd waarom appellant geschikt was voor de functie van inpakker. Ook het nieuwe medicatierapport van een cardioloog bood geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de functie van inpakker en dat de beëindiging van zijn ZW-uitkering terecht is.