ECLI:NL:CRVB:2015:1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-pensioen wegens ontbreken verzekering echtgenoot in Nederland
Appellante, geboren in 1936, heeft medio 2011 een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW). Zij stelde dat haar overleden echtgenoot in Nederland had gewoond en gewerkt, wat recht zou geven op een AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat niet was gebleken dat de echtgenoot in Nederland verplicht verzekerd was geweest.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende bewijs had geleverd dat haar echtgenoot verzekerd was geweest. Het enkele aanvraagformulier voor kinderbijslag uit 1972 was onvoldoende, en uit onderzoek bleek dat de echtgenoot niet bekend was in relevante Nederlandse registers. Appellante bracht geen aanvullende bewijsstukken in.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar bracht geen nieuwe feiten of bewijsstukken aan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit niet tot een ander oordeel leidt en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het AOW-pensioen bevestigd.