ECLI:NL:CRVB:2015:1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid stratenveger
Appellant, laatst werkzaam als stratenveger, meldde zich ziek wegens spier-, pees- en gewrichtsklachten tijdens een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde zijn uitkering per 5 november 2012, stellende dat appellant geschikt was voor zijn arbeid en niet toegenomen arbeidsongeschikt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig was en dat het oordeel over de beperkingen van appellant juist was. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten sinds 2010 waren toegenomen en dat er reuma was vastgesteld, ondersteund door medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat aan het laatst verrichte werk als stratenveger geen bijzondere aspecten verbonden waren die buiten beschouwing moesten blijven. Het medisch onderzoek en het verzekeringsgeneeskundig oordeel waren zorgvuldig en juist. De door appellant overgelegde medische informatie bracht geen onjuiste inschatting van zijn gezondheidssituatie aan het licht.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.