ECLI:NL:CRVB:2015:1610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dringende redenen voor terugvordering bijstand onder WWB
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand en vorderde ten onrechte verstrekte bedragen terug over verschillende perioden. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, zoals bedoeld in artikel 58, vierde lid, WWB. Dringende redenen betreffen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die uitzonderlijk en individueel moeten worden beoordeeld.
Appellanten stelden dat zij onder het bestaansminimum leven en dat terugvordering hun primaire levensbehoeften bedreigt. De Raad oordeelde echter dat de financiële gevolgen pas relevant zijn bij daadwerkelijke invordering, die nog niet heeft plaatsgevonden. Bovendien vinden er al inhoudingen plaats voor een lening, niet voor de terugvordering zelf.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden geen dringende redenen opleveren om van terugvordering af te zien en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen dringende redenen aanwezig zijn om van terugvordering af te zien.