ECLI:NL:CRVB:2015:1613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering medewerking arbeidsinschakelingsonderzoek
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven opgeroepen voor een digitaal arbeidsinschakelingsonderzoek op 12 juli 2012. Hoewel appellant op de afspraak verscheen, weigerde hij mee te werken aan het onderzoek. Het college legde daarop een verlaging van de bijstand met 40% op over de maand augustus 2012. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de ingangsdatum van de maatregel op 1 oktober 2012.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank dat de verlaging van de bijstand terecht is opgelegd op grond van de toepasselijke verordening. De Raad benadrukt dat de medewerking aan het onderzoek verplicht was en dat het feit dat appellant later wel meewerkte aan een soortgelijk onderzoek niet afdoet aan het eerdere weigeren. Ook het eerdere terugkomen van het college op andere besluiten leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 40% wegens weigering medewerking aan het arbeidsinschakelingsonderzoek wordt bevestigd.