ECLI:NL:CRVB:2015:1616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf huishoudelijke artikelen na ontruiming woning
Appellante ontving een ouderdomspensioen en had haar woning ontruimd na ontbinding van de huurovereenkomst. Na de ontruiming werd een deel van haar inboedel opgeslagen en een deel afgevoerd. Appellante deed aangifte van vermissing van enkele goederen en vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen en later voor huishoudelijke artikelen, keuken- en toiletartikelen en meubels.
Het college kende eerder bijzondere bijstand toe voor duurzame gebruiksgoederen en opslagkosten, maar wees de aanvraag voor huishoudelijke artikelen af omdat deze niet onder de eerdere toekenningen viel en omdat niet was aangetoond dat deze artikelen waren verdwenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat huishoudelijke artikelen waren verdwenen na de ontruiming. De aanvraag zag volgens de Raad terecht niet op deze artikelen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut op 26 mei 2015.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor huishoudelijke artikelen wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van vermissing.