ECLI:NL:CRVB:2015:1618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding met ex-echtgenote
Appellant ontvangt sinds 2005 AOW-pensioen en woont samen met zijn ex-echtgenote, met wie hij twee kinderen heeft. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag het pensioen van appellant en vorderde terugbetaling wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding, gebaseerd op ingevulde formulieren en verklaringen.
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank niet aan objectieve criteria had getoetst en bracht geen aanvullende schriftelijke verklaringen in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn hoofdverblijf had op het adres van zijn ex-echtgenote, waardoor het onweerlegbare vermoeden van gezamenlijke huishouding van toepassing is. De herziening en terugvordering waren daarom terecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van het AOW-pensioen bevestigd.