ECLI:NL:CRVB:2015:1656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens niet-tijdige aanmelding
Appellante verzocht in februari 2012 om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). De echtgenoot was sinds 29 januari 2005 niet meer verplicht verzekerd, nadat hij naar Marokko was verhuisd. Hoewel hij in 2008 een WAO-uitkering met terugwerkende kracht kreeg toegekend, leidde dit niet tot hernieuwde verplichte verzekering.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek in april 2012 af omdat het niet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat de aanvraag niet tijdig was en er geen verschoonbare omstandigheden waren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de wettelijke voorwaarden voor toelating tot de vrijwillige verzekering niet waren vervuld en dat appellante geen omstandigheden had aangevoerd die de overschrijding van de termijn konden rechtvaardigen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om postume deelname aan de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen wegens niet-tijdige aanmelding en gebrek aan verschoonbaarheid.