ECLI:NL:CRVB:2015:1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en ontbreken wijziging omstandigheden
Appellant ontving sinds december 2010 bijstand en gaf een woonadres op. Het college trok de bijstand in vanwege het niet reageren op oproepen en wees een nieuwe aanvraag af omdat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Na een tweede aanvraag en onderzoek met waarnemingen en verklaringen, handhaafde het college de afwijzing wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan dat hij de meeste tijd op het opgegeven adres doorbracht en dat er sprake was van een misverstand in zijn verklaringen. De Raad beoordeelde de periode van 13 november tot 4 december 2012 en stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er een wijziging van omstandigheden was die recht gaf op bijstand.
De Raad vond de gedetailleerde en consistente verklaringen van appellant over zijn verblijf juist en verwierp het beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en geen wijziging van omstandigheden heeft aangetoond.