ECLI:NL:CRVB:2015:1756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajonguitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante vroeg een Wajonguitkering aan vanwege klachten sinds een incident in 1981, maar het UWV weigerde deze omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onvoldoende medische onderbouwing bestond voor een objectiveerbare grondslag van de klachten over de relevante periode.
In hoger beroep voerde appellante aan dat diverse medische rapporten, waaronder van specialisten en een onafhankelijk deskundige, een andere medische situatie aantoonden. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die na onderzoek concludeerde dat geen neurologische functiestoornis aanwezig was in de periode 1981-1993.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en bevestigde het bestreden besluit. Wel werd een schadevergoeding van €3.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn door de bestuursrechter, omdat de procedure ruim twee jaar langer duurde dan redelijk was.
De Raad wees het hoger beroep af en veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajonguitkering bevestigd; de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €3.000 wegens termijnoverschrijding.