ECLI:NL:CRVB:2015:1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante ontving eerder een WAO-uitkering wegens linkerarmklachten en was daarna werkzaam als casemanager. Na ziekmelding met klachten aan beide armen weigerde het UWV haar een WIA-uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid. Dit besluit werd door de rechtbank Leeuwarden bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende had onderbouwd waarom zij als geschikt werd beschouwd, ondanks haar ziekmelding en eerdere Ziektewetuitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor toegenomen beperkingen op basis van dezelfde ziekteoorzaak.
De Raad bevestigde dat de klachten in 2006 verband hielden met infusen en slechts een beperkte aanvullende beperking voor schrijven opleverden, zonder episode van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Ook de eerdere Ziektewetuitkering veranderde deze beoordeling niet, omdat deze mogelijk onterecht was toegekend zonder medisch onderzoek.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak.