ECLI:NL:CRVB:2015:1810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor werk
Appellant werd in februari 2010 wegens oog- en knieklachten ongeschikt voor zijn werk als magazijnmedewerker. Vanaf 8 februari 2012 werd hem een WIA-uitkering geweigerd omdat hij geschikt werd geacht voor geselecteerde functies. Op 31 juli 2012 meldde appellant zich ziek met oog- en oorklachten, waarna het UWV een Ziektewet-uitkering weigerde. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat hij niet in staat was om te werken, mede door staar en terugkerende roodheid van het rechteroog. Hij voerde aan dat de geselecteerde functies niet geschikt voor hem waren. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Raad oordeelde dat op grond van de Ziektewet de maatstaf de laatst verrichte arbeid is, tenzij de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de WIA-geselecteerde functies. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en in ieder geval voor magazijnmedewerker. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die dit oordeel konden veranderen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies.