Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 47,20;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 493,-.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over de AOW-toeslag. Na een tussenuitspraak heeft appellant een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin de afkoopsommen pensioen van de partner van betrokkene niet langer worden gekort op de AOW-toeslag en de terugvordering van te veel betaalde toeslag is ingetrokken.
Betrokkene erkent dat hiermee aan zijn oorspronkelijk bezwaar is voldaan, maar vordert alsnog vergoeding van griffierecht en proceskosten. Appellant weigert deze kosten in bezwaar te vergoeden, omdat daarvoor geen grond bestaat, maar stemt wel in met vergoeding van proceskosten en griffierecht in hoger beroep.
De Raad concludeert dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, waardoor het niet-ontvankelijk wordt verklaard. Wel wordt appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep en het griffierecht. De beslissing is uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.