ECLI:NL:CRVB:2015:1895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als medewerkster portioneren in een compactkeuken en meldde zich ziek met spier- en gewrichtsklachten. Na beëindiging van haar dienstverband kreeg zij een Ziektewetuitkering toegekend. De verzekeringsarts adviseerde op basis van een medisch onderzoek en een werkplekonderzoek dat appellante weer geschikt was voor arbeid vanaf 29 augustus 2012. Het UWV beëindigde daarop de uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar klachten en beperkingen werden onderschat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het onderzoek zorgvuldig was. De verzekeringsarts heeft het dossier bestudeerd, appellante onderzocht en informatie ingewonnen bij behandelaars. De arbeidsdeskundige heeft de werkzaamheden en belastingen gedetailleerd beschreven.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante, zoals pijn en vermoeidheid bij repetitieve handelingen, binnen haar belastbaarheid vallen gezien de mogelijkheden tot houdingswisselingen en recuperatie. Er is geen objectieve medische informatie die het oordeel van de verzekeringsarts onderbouwd betwist. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 29 augustus 2012 geschikt is voor arbeid en wijst het hoger beroep af.