ECLI:NL:CRVB:2015:1896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was laatstelijk werkzaam als autoschadehersteller en meldde zich ziek vanwege linker enkelklachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen vanwege rugklachten en een depressieve stoornis. Hij overlegde aanvullende medische stukken, waaronder een verwijsbrief voor fysiotherapie en een brief van een psychiater. Het UWV leverde nadere rapporten van verzekeringsartsen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek niet onzorgvuldig was en dat de aanvullende stukken geen nieuwe objectieve medische informatie bevatten die aanleiding gaf tot een andere beoordeling. De verzekeringsarts had rekening gehouden met de rugklachten en de psychische toestand van appellant. De functies waarop de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling was gebaseerd, waren medisch geschikt voor appellant.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.