ECLI:NL:CRVB:2015:1912

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 maart 2015
Publicatiedatum
16 juni 2015
Zaaknummer
14-4717 BBZ VV-G
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep beoordeelt dit verzoek.

Volgens artikel 8:82 Awb Pro is het griffierecht verschuldigd en moet dit binnen een gestelde termijn worden betaald. Verzoekers zijn hier meerdere malen schriftelijk op gewezen, met een uiterste betaaldatum en de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet inhoudelijk zal worden behandeld.

Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2015
14/4717 BBZ VV-G
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Gerectificeerde uitspraak inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
Partijen:
[verzoeker] en [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekers)
het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst

PROCESVERLOOP

Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb zijn onder meer de artikelen 8:81, 8:82 en 8:83 van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Ingevolge artikel 8:81 in Pro samenhang met artikel 8:104 van Pro de Awb, kan indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:82, eerste lid, van de Awb bepaalt dat van de verzoeker een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:82, derde lid, is artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht twee weken bedraagt.
Bij brief van 26 augustus 2014 zijn verzoekers erop gewezen dat een griffierecht van € 122,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 17 september 2014 zijn verzoekers nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekers er rekening mee moet houden dat het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen moet dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2015.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) P.A.M. Hulsdouw

HD