ECLI:NL:CRVB:2015:1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoeker was werkzaam als schoonmaker tot hij wegens lichamelijke en psychische klachten uitviel en een Ziektewetuitkering ontving. Het UWV beëindigde deze uitkering na een medisch onderzoek waarop een verzekeringsarts concludeerde dat verzoeker weer geschikt was voor zijn maatgevende arbeid. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter van de rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en geen aanleiding bestond voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Verzoeker bracht in hoger beroep een rapport van een GZ-psycholoog in, maar dit rapport gaf geen aanleiding om het standpunt van de verzekeringsarts te verwerpen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid bestond dat de eerdere uitspraak in hoger beroep zou worden vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de medische onderbouwing van het UWV zorgvuldig is en het beroep ongegrond is.