ECLI:NL:CRVB:2015:1955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing smartengeldaanvraag na dienstongeval politieagente
Appellante, een politieagente, werd tijdens haar surveillance in 2009 mishandeld door onbekende personen, waarbij zij een hersenkneuzing opliep en tijdelijk buiten bewustzijn raakte. De korpschef erkende het incident als dienstongeval en wees een aanvraag voor smartengeld op grond van artikel 54a van het Barp af, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de rechtbank bevoegd was ondanks een formele bevoegdheidsvraag en dat de hoorplicht correct was nageleefd. Medische rapporten toonden aan dat de gehoor- en evenwichtsproblemen na het ongeval waren hersteld of gecompenseerd, en dat er geen objectief medisch vastgestelde invaliditeit restte die voor vergoeding in aanmerking kwam.
Appellante stelde dat psychische klachten, waaronder PTSS, bestonden, maar deze zouden in een apart traject worden behandeld. Tevens werd gesteld dat de dienstleiding tekort was geschoten, maar dat viel buiten de reikwijdte van deze procedure. De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen grond had en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de smartengeldaanvraag wordt bevestigd.