Uitspraak
19 december 2013, 13/3075 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek vanwege buikpijnklachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen waren onderschat. Zij verzocht om inschakeling van een onafhankelijk medisch deskundige. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van behandelend specialisten was betrokken. Er waren geen aanwijzingen dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld.
De Raad bevestigde dat appellante medisch gezien in staat is de maatgevende arbeid en de geselecteerde functies te verrichten. Er was geen reden om een onafhankelijk deskundige in te schakelen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.