ECLI:NL:CRVB:2015:2064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen na een medisch en arbeidskundig onderzoek. De verzekeringsarts stelde dat appellante in staat is om niet te moeilijk werk te verrichten en een normaal loon te verdienen. De arbeidsdeskundige vond passende functies binnen de beperkingen van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen waren onderschat. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als betrouwbaar beschouwd, ondanks dat appellante haar vrijwilligerswerk niet kon volhouden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend, onderbouwd met medische rapporten. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens onvoldoende aanleiding boden om het eerdere oordeel te wijzigen. De Raad bevestigde dat appellante de geselecteerde functies kan vervullen met inachtneming van haar beperkingen.
De Raad wees erop dat een verslechtering van haar gezondheidstoestand na de bestreden periode niet relevant is voor deze beoordeling. Appellante werd geadviseerd zich tot het UWV te wenden bij toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellante in staat wordt geacht passende functies te vervullen ondanks haar beperkingen.