ECLI:NL:CRVB:2015:2065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellant, voorheen werkzaam als cateringmedewerker, meldde zich ziek met diverse lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd vastgesteld dat appellant per 1 mei 2013 weer geschikt was voor arbeid, waarna het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na herbeoordeling. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig, mede omdat geen neurologische oorzaak voor de klachten werd gevonden en er geen reden was om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om informatie bij de behandelend sector op te vragen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.