ECLI:NL:CRVB:2015:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 8 augustus 2011 uit wegens knie- en later rugklachten. Het UWV stelde op 24 juni 2013 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer vanwege de korte duur van het onderzoek en het niet meenemen van pijnklachten en het herstelperspectief. Tevens overhandigde zij een brief van een fysiotherapeut over een hernia-operatie na de datum van het onderzoek.
De Raad oordeelde dat het onderzoek niet onzorgvuldig was en dat de medische grondslag deugdelijk was gemotiveerd. De brief van de fysiotherapeut betrof een latere periode en gaf geen aanleiding tot herziening. Ook de arbeidskundige beoordeling was juist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.