ECLI:NL:CRVB:2015:2125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing schulden wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellanten, bijstandontvangers volgens de WWB, vroegen bijzondere bijstand aan voor de aflossing van schulden die zij in 2008 maakten in verband met hun verhuizing. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade wees deze aanvraag af omdat geen bijzondere bijstand wordt verleend voor schuldaflossing en er geen zeer dringende redenen waren.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij vanwege hun situatie als voormalig asielzoekers en het ontbreken van eigen huisraad genoodzaakt waren schulden te maken, mede door het beperkte bijstandskader van het college.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de omstandigheden niet kwalificeren als zeer dringende redenen in de zin van artikel 49 WWB Pro. Er was onvoldoende aangetoond dat de schulden de bestaansvoorziening van appellanten zodanig bedreigden dat bijzondere bijstand onvermijdelijk was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor aflossing van schulden wordt afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.