ECLI:NL:CRVB:2015:2149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf en bijstandbehoevendheid
Appellant had een bijstandsaanvraag ingediend nadat zijn WW-uitkering was geëindigd. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet kon aantonen dat hij op het opgegeven adres woonde en niet aannemelijk maakte dat hij bijstandbehoevend was.
Na uitgebreid onderzoek, waaronder huisbezoeken, buurtonderzoek en analyse van bankafschriften, concludeerde het college dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn hoofdverblijf en financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de anonieme verklaringen van buurtbewoners onvoldoende waren om het hoofdverblijf te ontkennen. Ook de waarnemingen van het gebruik van een auto op naam van een familielid boden geen sluitend bewijs. Verder faalde appellant in het aannemelijk maken van een schuld met terugbetalingsverplichting, ondanks stortingen op zijn rekening.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Hierdoor werd het hoger beroep verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf en bijstandbehoevendheid.