Uitspraak
18 december 2013, 13/5102 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om gegevens over zijn bedrijf te overleggen. Na het niet volledig en tijdig aanleveren van deze gegevens werd de bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken op grond van artikel 54 lid 4 WWB Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met aanvullende stukken die hij had overgelegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken in de bezwaarfase of later verstrekt, in principe niet meetellen tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet binnen de hersteltermijn konden worden verstrekt.
Appellant slaagde hier niet in en had bovendien geen verzoek om verlenging van de hersteltermijn ingediend. De gevraagde gegevens waren relevant voor de verlening van bijstand en het niet tijdig indienen ervan is appellant aan te rekenen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens wordt bevestigd.