Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.5. Bij besluit van 1 juli 2013 (bestreden besluit) heeft het dagelijks bestuur, voor zover hier van belang, het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten namen in december 2010 een kapsalon over met plannen tot uitbreiding en vroegen bijstand aan onder het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na een positief advies van Motivity B.V. werd algemene bijstand en een kapitaallening verstrekt. Na een eerste verlenging in 2011 vroeg appellanten opnieuw verlenging aan in december 2012. Motivity bracht toen een negatief advies uit vanwege dalende omzet en een negatief bedrijfsresultaat, waardoor het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht.
Het dagelijks bestuur van de regionale sociale dienst wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Limburg bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellanten dat het advies onjuist was en dat Motivity niet deskundig was, maar zij konden dit niet met objectieve gegevens onderbouwen. Nieuwe cijfers over 2013 en 2014 konden niet worden meegewogen omdat deze na het besluitdatum lagen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht het advies van Motivity heeft gevolgd en dat het bedrijf niet als levensvatbaar kan worden beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot verlenging van algemene bijstand werd afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.