ECLI:NL:CRVB:2015:2172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woonkosten
Appellant ontvangt sinds april 2012 bijstand met een verlaging van 20% omdat hij in een woning woont zonder huur- of eigendomslasten te betalen. Hij verzocht het college om deze verlaging ongedaan te maken, onderbouwd met verklaringen van zijn vader en facturen van bouwmateriaal.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering en het ontbreken van hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant niet kon aantonen daadwerkelijk huur te betalen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de huur via onderhandse verrekening met zijn vader voldoet, ondersteund door verklaringen en facturen.
De Raad oordeelt dat appellant niet heeft aangetoond dat hij in de relevante periode daadwerkelijk woonkosten betaalde. De verklaringen van zijn vader en de facturen zijn onvoldoende objectief bewijs. Bovendien bevestigde appellant zelf dat hij soms niet betaalde en dat er sprake was van huurachterstand. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verlaging van de bijstandsuitkering met 20% blijft in stand.