ECLI:NL:CRVB:2015:2222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. van Leeuwen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onjuiste medische en arbeidskundige grondslag in WIA-uitkeringsbesluit
In deze zaak ging het om het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van het UWV inzake de WIA-uitkering van betrokkene vernietigde. Het UWV had het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 68,8%, maar de rechtbank oordeelde dat dit was gebaseerd op een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag. De rechtbank stelde vast dat het gebruik van het medicijn tramadol door betrokkene niet was meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), terwijl dit medicijn noodzakelijk was vanwege pijnklachten.
De rechtbank vond dat de functie besteller post/pakketten niet passend was voor betrokkene omdat deze functie intensief autorijden vereist, wat niet verenigbaar is met de beperkingen door het tramadolgebruik. Het UWV stelde dat het medicijn slechts zelden werd gebruikt en dat gewenning zou optreden bij structureel gebruik, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad bevestigde dat het tramadolgebruik structureel was en dat betrokkene ook in rust pijnklachten had.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht was veroordeeld tot het toekennen van een IVA-uitkering aan betrokkene en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en betrokkene krijgt een IVA-uitkering toegekend.