ECLI:NL:CRVB:2015:2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 15 juni 2012, waarin werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor haar WIA-uitkering werd ingetrokken. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische en lichamelijke beperkingen, waaronder stemmingsklachten, medicatiegebruik en pols- en schouderklachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de juiste overwegingen had gemaakt en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het rapport van psychiater Van Laarhoven toonde aan dat er geen sprake was van significante beperkingen die de arbeidsongeschiktheid boven de 35% zouden brengen. Ook de arbeidsdeskundige rapporten bevestigden dat appellante geschikt was voor functies binnen haar beperkingen.
De Raad vond geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en verwierp het beroep van appellante. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.