ECLI:NL:CRVB:2015:233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, sinds 2000 arbeidsongeschikt wegens fysieke en psychische klachten, kreeg haar WAO-uitkering per 7 december 2011 herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het Uwv baseerde dit op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanvullende psychiatrische onderzoeken nodig waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar fysieke beperkingen, met name door peesschedeontstekingen en carpaal tunnelsyndroom, waren toegenomen en dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten. Ook stelde zij dat een psychiatrisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geduide functies medisch geschikt waren.
De Raad concludeerde dat het medisch advies van de door appellante ingeschakelde verzekeringsarts niet leidde tot een ander oordeel over de beperkingen op de datum in geding. Ten aanzien van de psychische klachten was er geen nieuw medisch bewijs dat tot een andere beoordeling leidde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.