ECLI:NL:CRVB:2015:2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, terwijl hij in werkelijkheid een gezamenlijke huishouding voerde met appellante in dezelfde woning. Na onderzoek door de sociale recherche bleek sprake van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling, wat de basis vormde voor het college om de bijstand over de periode van oktober 2010 tot augustus 2012 in te trekken en terug te vorderen.
Appellanten voerden aan dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat appellante geen voordeel had gehad van de bijstand. De Raad oordeelde echter dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor hij ten onrechte bijstand ontving. Ook de terugvordering van appellante was terecht, ongeacht het feit of zij voordeel had genoten.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs op 14 juli 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.