ECLI:NL:CRVB:2015:2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie en terugvordering voorschotten
Appellant en zijn echtgenote hadden een eigen bedrijf dat in mei 2010 failliet werd verklaard. Appellant vroeg in september 2010 bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Na onderzoek naar zijn financiële situatie, inclusief een vermogensonderzoek in Turkije, kende het college voorschotten toe die later werden teruggevorderd. De aanvraag om bijstand werd afgewezen omdat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en daarmee zijn inlichtingenverplichting schond.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar gaf het college vervolgens de gelegenheid om inhoudelijk te beslissen. Het college handhaafde de afwijzing vanwege de onduidelijkheid over de financiële positie van appellant, mede door onverklaarde stortingen op de bankrekening van zijn echtgenote en onvoldoende bewijs van leningen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De terugvordering van voorschotten werd niet inhoudelijk behandeld omdat daartegen geen zelfstandige beroepsgronden waren aangevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.