ECLI:NL:CRVB:2015:2413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 11 februari 2009 uit voor zijn werk als assistent beheerder. Het UWV besloot op 16 februari 2012 dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd ondersteund door medische en arbeidskundige rapporten. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand nadat het UWV de arbeidskundige onderbouwing nader motiveerde.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch en arbeidskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies niet passend waren vanwege het opleidingsniveau. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen correct waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te verwerpen.
De Raad stelde vast dat de arbeidskundige rapporten voldoende inzichtelijk maakten dat de geselecteerde functies passend waren en dat appellant met deze functies minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank had de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand gelaten. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.