ECLI:NL:CRVB:2015:2558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die zich in 2010 ziek meldde wegens schouderklachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij rug- en schoudersparende werkzaamheden kon verrichten en dat haar psychische belastbaarheid beperkt was. Op basis hiervan werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in hoger beroep die aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het oordeel van de rechtbank juist was. Hoewel een functie (besteller post/pakketten) werd vervangen door een reservefunctie (assistent consultatiebureau), bleef de mate van arbeidsongeschiktheid 0%. Het UWV motiveerde voldoende dat er geen overschrijding van de belastbaarheid was.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.