ECLI:NL:CRVB:2015:2575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de knieklachten pas na de datum in geding waren ontstaan. Ook werd vastgesteld dat de door het UWV voorgestelde functies geschikt waren gezien de beperkingen van appellant.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder het bestaan van knieklachten sinds 2012 en onjuiste maatmanomvang. De Raad concludeerde dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld, dat het acute meniscusletsel pas na de datum in geding was ontstaan en dat de functies passend waren.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant heeft geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.