ECLI:NL:CRVB:2015:258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Marokko
Appellante ontving sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2012 kwam aan het licht dat zij drie woningen in Marokko op haar naam had staan, wat zij niet had gemeld aan het college. Dit werd vastgesteld na een onderzoek door de sociale recherche en het Internationaal Bureau Fraude Informatie, ondersteund door een taxatie van de woningen.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug. Appellante stelde dat zij niet beschikte over de woningen omdat deze feitelijk aan haar echtgenoot toebehoorden, maar kon dit niet met objectieve gegevens onderbouwen. Ook haar psychische gesteldheid bood geen dringende reden om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van het bezit van de woningen en dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van onroerend goed in Marokko worden bevestigd.