ECLI:NL:CRVB:2015:263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering en toekenning WGA-vervolguitkering na medische beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar loongerelateerde WGA-uitkering te beëindigen en haar een WGA-vervolguitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar gezondheidsklachten, met name de gevolgen van een hernia en de daarmee samenhangende beperkingen. Zij verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV verzocht de uitspraak van de rechtbank te bevestigen.
De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit voldoende draagkrachtig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep, Cramer, de medische standpunten adequaat had gemotiveerd. Er waren geen objectiveerbare neurologische afwijkingen meer en de beperkingen waren reeds in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgenomen. De Raad vond geen aanleiding voor benoeming van een deskundige.
Ook de arbeidsdeskundigen hadden de geduide functies passend geacht, waarbij appellante niet beperkt werd geacht in tillen of dragen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering en toekenning van een WGA-vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35-45%.