Uitspraak
15 januari 2014, 13/7739 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
14 augustus 2013 (bestreden besluit), onder verwijzing naar rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, meldde zich ziek vanwege lage rugklachten en psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de WIA-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen onderschat waren en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. Tevens verzocht hij om benoeming van een onafhankelijke medisch deskundige.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts de beperkingen inzichtelijk en overtuigend had gemotiveerd, waarbij onder meer werd vastgesteld dat appellant beperkt is voor zware rugbelasting, fysieke belasting van de rechterhand, en psychisch belastbaar is voor niet te stresserend werk. Er waren geen aanwijzingen dat het oordeel onjuist was, en appellant leverde geen nieuwe medische informatie.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant met zijn beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.