ECLI:NL:CRVB:2015:2716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand na melding en aanvraag volgens WWB
Appellanten ontvingen een Ziektewetuitkering tot 26 augustus 2012 en meldden zich op 12 september 2012 bij het UWV voor een aanvraag bijstand op grond van de WWB. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van melding, 12 september 2012, en wees een terugwerkende toekenning af. De rechtbank vernietigde het besluit deels en oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden voor terugwerkende bijstand.
In hoger beroep stelden appellanten dat de bijstand moest aansluiten op de Zw-uitkering, met ingang van 27 augustus 2012, verwijzend naar de toelichting op artikel 44 WWB Pro. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt toegekend vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, welke hier ontbraken.
De Raad verwierp het betoog van appellanten dat de toelichting op artikel 44 een Pro aansluitende bijstand vanaf het einde van de Zw-uitkering vereist. Voor elke uitkering is een aparte aanvraag noodzakelijk. Omdat op 27 augustus 2012 geen aanvraag of melding bestond, was geen recht op bijstand op die datum. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand wordt toegekend vanaf de datum van melding of aanvraag en wijst het hoger beroep af.