ECLI:NL:CRVB:2015:2717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekkingsbesluit WWB en afwijzing bezwaar brutering
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf januari 2010. Na een melding van de Inspectie SZW over werkzaamheden van appellant in de onderneming van zijn zoon, stelde de gemeente Amsterdam een onderzoek in. Op basis hiervan trok het college de bijstand met ingang van 1 januari 2013 in en vorderde de betaalde bijstand terug.
Appellant maakte bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit, maar niet tijdig tegen het intrekkingsbesluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en wees het bezwaar tegen de brutering af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe gronden aanvoert die de eerdere motivering van de rechtbank weerleggen. De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en de afwijzing van het bezwaar tegen het bruteringsbesluit. De aangevallen uitspraken worden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit en wijst het beroep tegen het bruteringsbesluit af.