ECLI:NL:CRVB:2015:2718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende medewerking aan huisbezoek
Betrokkene diende op 12 januari 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding hiervan voerde de gemeente Eindhoven een onderzoek uit naar haar woon- en leefsituatie, waaronder meerdere waarnemingen en een onaangekondigd huisbezoek op 4 april 2013. Tijdens dit huisbezoek werd betrokkene in de woonkamer gesproken, maar zij weigerde herhaaldelijk het formulier 'Toestemming huisbezoek' te ondertekenen. Hierdoor werd het huisbezoek voortijdig afgebroken.
De gemeente wees de aanvraag af omdat betrokkene onjuiste of onvolledige informatie zou hebben verstrekt en onvoldoende medewerking had verleend. De rechtbank oordeelde echter dat de enkele weigering van ondertekening onvoldoende was om te concluderen dat betrokkene niet meewerkte, omdat niet was gevraagd om de woning nader te onderzoeken.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat betrokkene na uitleg en herhaalde verzoeken het toestemmingsformulier niet ondertekende en dat het huisbezoek daarom terecht werd afgebroken. Hierdoor bleef de woon- en leefsituatie onduidelijk, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft in stand wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek.