ECLI:NL:CRVB:2015:2755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten, maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek werd het bezwaar ongegrond verklaard door het UWV en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onderschat waren, dat de voor hem geduide voorbeeldfuncties niet passend waren en dat het gehanteerde maatmaninkomen onjuist was vastgesteld. Hij overhandigde medische stukken ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit was gebaseerd op een zorgvuldige en deugdelijke verzekeringsgeneeskundige grondslag, waarbij alle relevante medische informatie, inclusief die van specialisten, was betrokken. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren passend en het maatmaninkomen was juist vastgesteld.
De medische stukken van appellant gaven geen aanleiding tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid. Er was geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid volgens de criteria van het Schattingsbesluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.